Juist woordgebruik: wanneer verwijs je met die en wanneer met dat?

Juist woordgebruik: wanneer verwijs je met die en wanneer met dat?, 3.4 out of 5 based on 38 ratings
VN:F [1.9.22_1171]
hidden-box
Rating: 3.4/5 (38 votes cast)

Iets wat vaak fout gaat tijdens het schrijven is het verwijzen met ‘die’ en ‘dat’. Vaak is het in de zin wel te horen welke vorm de juiste is, maar helaas laat het taalgevoel je ook wel eens in de steek. Gelukkig is het gemakkelijk, wanneer je het regeltje weet. Simpel en zo geleerd, je moet het maar net even weten.

In het kort

Staat het lidwoord ‘het’ voor het zelfstandig naamwoord, dan verwijs je met het woord ‘dat’. Staat het lidwoord ‘de’ voor het zelfstandig naamwoord, dan verwijs je met het woord ‘die’. Je kunt een zelfstandig naamwoord herkennen aan het feit dat je er een lidwoord (de, het en een) voor kunt zetten.

Verwijzen met ‘dat’

Voorbeelden:

  • Het meisje dat naar school fietst.
  • Het potlood dat op de tafel ligt.
  • Het mes dat jij gebruikt om mee te snijden.

Verwijzen met ‘die’

Voorbeelden:

  • De jongen die graag voetbalt.
  • De hond die op de bank ligt.
  • De plant die op de grond staat.

Tip

Probeer, als het lidwoord niet in de zin staat of wanneer er ‘een’ voor staat, het er zelf voor te zetten. Op deze manier weet je meteen of het een zelfstandig naamwoord is met ‘de’ of ‘het’.

Let op!

Soms wordt gedacht dat naar vrouwelijke woorden met het woord ‘die’ wordt verwezen, en met ‘dat’ naar mannelijke woorden. Dit is niet waar. Het gebruik van ‘die’ en ‘dat’ heeft niets met het geslacht van een woord te maken. Naar een mannelijk woord kan best met ‘die’ verwezen worden. Vaak is het wel zo dat zelfstandig naamwoorden met ‘de’ vrouwelijk zijn, maar het is geen officiële regel.

6 reacties op Juist woordgebruik: wanneer verwijs je met die en wanneer met dat?

  • Dit zegt de Taalunie erover: https://onzetaal.nl/taaladvies/wat-dat

  • geeviz
    zegt:

    het is toch.. iets “dat” fout gaat

  • Michelle
    zegt:

    Wat een fijne uitleg! Hel handig.. Allen een klein foutje in de eerste zin, waar ‘wat’gebruikt moet worden na het ongedefinieerde ‘iets’ i.p.v. ‘dat’.

  • @Jojo: Dat zijn inderdaad altijd lastige verwijzingen. Deze zin kun je op deze manier dan ook niet taalkundig correct maken. Je zit immers met een verwijzing naar de- en het-woorden in hetzelfde zinsdeel. De andere oplossing is dus om de zin totaal anders te maken.

    @Jelle: Ook dat is lastig. Albion is een de-woord, dus dan krijg je: ‘De West Bromwich Albion (ZN), die al kampioen was, had alweer een wedstrijd gewonnen.’ Verwijzen met ‘die’ is hier dan ook in orde.

  • Jelle
    zegt:

    Hallo, en hoe zit het dan in de volgende zin,
    West Bromwich Albion (ZN), die al kampioen was, had alweer een wedstrijd gewonnen.

  • Jojo
    zegt:

    Hoi,

    Dank je voor deze regels goed uiteen te zetten.

    Ik heb een vraagje: moet je nu ‘dit’ of ‘die’ gebruiken on de volgende zin:

    “Een persoon, team of evenement die/dat voorkomt op de lijst.”

    Bij persoon wordt ‘die’ gebruikt, bij team ‘dat’ en bij evenement ‘dat’. Ik heb gelezen dat in dit geval elk zelfstandig naamwoord moet voorzien zijn van zijn betrekkelijk voornaamwoord, maar bij sommige zinnen klinkt dit echt niet.

    Is er andere oplossing?

    Bedankt!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

Onze blog

Een tekstbureau zonder blog, dat kan natuurlijk niet. Goed Verwoord blogt over alles wat met de taal te maken heeft, maar plaatst ook andere soorten artikelen, geschreven over een tal van onderwerpen. Zo wordt er regelmatig een interview, verhaal, recensie of verslag geplaatst. Maar wij richten ons voornamelijk op artikelen die verband houden met de taal. Heeft u een taalprobleem waar u niet uit komt? Mail het ons en wij zorgen dat uw vraag beantwoord wordt en dat er een blog over verschijnt.

Categorieën
Twitter
Facebook